Hoogsensitiviteit

Weer een label erbij? Laten we er niet zo naar kijken. Iedereen is sensitief, alleen de een wat meer dan de ander. Ieder mens heeft een bepaalde trillingsfrequentie. De mate van gevoeligheid heeft te maken met de hoogte van deze trillingsfrequentie. Hoe hoger de frequentie is, hoe gevoeliger een mens wordt en hoe hoger zijn bewust-zijnsvermogen.

Bij hoogsensitieve kinderen komen er meer prikkels binnen dan gemiddeld en bovendien worden deze prikkels intensiever ervaren. Deze kinderen voelen meer dan gemiddeld andere mensen aan en zijn zeer gevoelig voor sfeer (in de klas). De manier waarop deze kinderen leren is ook anders. In het onderwijs wordt er nu nog meestal een beroep gedaan op de linker hersenhelft, de verstandskant. Terwijl deze kinderen leren met hun rechterhersenhelft, de gevoelskant. Dat wil zeggen dat ze beter kunnen leren door dingen te ervaren. En dingen te leren die passen bij hun talenten.

Ze voelen in de klas aan als andere kinderen of de leerkrachten niet goed in hun vel zitten. Maar ze zijn het zich niet bewust of het, bij wijze van spreken, hun eigen buikpijn is of die van een ander. Ze hebben een groot rechtvaardigheidsgevoel en willen zich er snel mee bemoeien als andere kinderen, in hun ogen, onrecht wordt aangedaan.

In mijn praktijk kom ik vaak kinderen die helemaal doodop zijn. Je zou kunnen spreken van een “kinderburn-out”. Oorzaken zijn de vele prikkels die op hun afkomen, het intensief ervaren van alles en de druk van school / ouders om te moeten presteren, en de niet bij hen passende manier om te leren. Op het voortgezet onderwijs speelt ook de druk om erbij te willen horen vaak een rol. En denk ook aan de mobieltjes.

Hoe kunnen deze kinderen, maar eigenlijk geldt het volgende voor alle kinderen, geholpen worden?

Erg belangrijk is de manier van communiceren.            

  • Neem de tijd om goed en geduldig te luisteren naar wat het kind te vertellen heeft. Ga niet uit van je eigen invulling, maar luister neutraal.
  • Wees bewust van wat je zegt en hoe je het zegt. Wat voor boodschap geef je af? Zeg wat je wil en zeg niet wat je niet wil. Dus niet: niet rennen, maar: rustig lopen.
  • Breng eenduidige boodschappen over. Je gedachten, woorden, emoties, lichaamstaal en handelen moeten in overeenstemming zijn met elkaar. Wees eerlijk. Een simpel voorbeeld: als iemand aan je vraagt hoe het met je gaat, en je zegt “goed”, voel je je dan echt goed, of zeg je dat maar uit gewoonte. Je zou b.v. ook kunnen zeggen: het kan beter.
  • Zelfreflectie. Kijk eens naar je eigen reactie en de reactie van het kind op jouw reactie. Had je  misschien ook op een andere manier kunnen reageren? Waarom reageerde je zo, waar komt dat vandaan? Bewust ouder-en docentschap begint bij het oplossen van je eigen pijnpunten.
  • Haal de tijdsdruk van dingen af. Waarom moet er zoveel in een “bepaalde” tijd?
  • Minder en goed is beter dan veel en niet goed. Minder en goed is stimulerend. Veel en niet goed is frustrerend.

Het allerbelangrijkste punt is dit laatste punt: accepteer het kind zoals het is. Kinderen doen nooit iets “expres”. “Expres-gedrag” komt altijd voort uit overprikkeling in welke vorm dan ook. Het kind gaat in zijn overlevingsmodus door te vluchten, te bevriezen of te vechten, wat zich uit in het gedrag.

Kinderen kijken met een open blik naar de wereld om zich heen. Ze zijn nog niet geprogrammeerd met oordelen over hoe situaties zouden “moeten” zijn. Daardoor zien ze de dingen zoals ze zijn. (citaat uit: Lastige kinderen? Heb jij even geluk.  Een boek over omdenken van Berthold Gunster)

Laten we proberen om net als een kind te zijn en de wereld neutraal tegemoet te treden.